50 jaar na landing Viking-missie: nog steeds kans op leven op Mars
Why This Matters
Key context: <p>Precies een halve eeuw geleden, op 20 juli 1976, landde de eerste van twee zware Viking-landers op Mars. Op aarde vielen vluchtleiders elkaar onder luid gejuich in de armen. Extatisch zagen ze de eerste foto ooit van het Marsoppervlak langzaam op hun schermen verschijnen, beeldlijn voor beeldlijn. Een buitenaardse zandwoestijn vol stenen.</p> <p>Daarna gingen Viking 1, en wat later ook Viking 2, op zoek naar leven, en het gejuich viel stil. Ze vonden niets.</p> <p>Maar was dat wel zo? Inmiddels zetten planeetwetenschappers daar vraagtekens bij. "Sommige resultaten zijn mogelijk verkeerd geïnterpreteerd", zegt astrobioloog Inge Loes ten Kate van de Universiteit Utrecht nu. Ze wijdt zich al decennia aan het onderzoek naar de rode planeet en zag de inzichten gaandeweg veranderen. Ze pleit nu voor een nieuwe missie in het spoor van de Vikings, om de klus alsnog te klaren.</p> <p>De Viking-landers waren in 1976 gewapend met een compleet minilaboratorium aan boord. Ze konden Marsgrond opscheppen en analyseren. Er werden water, voedingsstoffen en warmte toegevoegd om te zien of er iets zou reageren. Dat gebeurde ook bij alle drie de experimenten die daadwerkelijk naar leven zochten. Maar, was het oordeel, dat was vals alarm. Die reacties konden ook een niet-biologische oorzaak hebben.</p> <p><em>De euforie was groot toen Viking 1 op 20 juli 1976 op Mars landde:</em></p> <p>Ze waren zo voorzichtig omdat een vierde experiment geen organische moleculen (koolwaterstoffen) vond, maar koolchloormoleculen. Als er leven was geweest, was de gedachte, zouden ze organische moleculen hebben gevonden. De koolchloordetectie werd uitgelegd als resten van het schoonmaakmiddel dat op aarde gebruikt was om de lander te ontsmetten.</p> <h2>Onbedoeld verdronken</h2> <p>Maar een ontdekking in 2009 maakte korte metten met de schoonmaakmiddeltheorie. De Phoenix-lander vond chloorhoudende mineralen op Mars. Die kunnen met organische moleculen reageren in het Vikinginstrument en zo dezelfde koolchloorverbindingen maken die in 1976 waren gevonden. Een experiment met een kopie van dat Viking-minilab bevestigde dat de oude landers mogelijk meer hadden ontdekt dan aanvankelijk gedacht.</p> <p>Sterker, misschien hebben de Vikings eventuele Marsmicroben wel onbedoeld gedood door allerlei voedingstoffen en water toe te voegen. "Als er bacteriën waren, zijn die misschien verdronken", oppert Ten Kate. "Ondanks dat er goed over nagedacht was, want men wist dat Mars ontzettend droog was, bevatten de toegevoegde stoffen misschien toch te veel water. Op aarde hebben we ook microben die hun water rechtstreeks uit de atmosfeer opnemen. Als je die onderdompelt, gaan ze ook dood."</p> <p>Latere Marsrovers vonden ook bewijs voor organische moleculen. Afgelopen september vond rover Perseverance gesteente met strepen, puntjes en vlekken in verschillende kleuren. Op aarde worden die vaak achtergelaten door microbiële stofwisseling.</p> <p>Om meer zekerheid te krijgen zou er eigenlijk een nieuwe Vikingmissie moeten komen, bepleit Ten Kate. "Er is nooit meer een soortgelijke missie geweest die echt op zoek gaat naar die microben. Niemand wil zich eraan branden, lijkt het. Bang om naar iets te zoeken dat er niet is. Maar er zijn steeds meer signalen dat het er wel is."</p> <h2>'Life finds a way'</h2> <p>Wat zo'n missie ook in de weg zit, zijn internationale 'planetary protection'-afspraken die regelen dat juist op plaatsen waar leven het waarschijnlijkst is, paradoxaal genoeg niet gezocht mag worden om dat mogelijke leven niet te verstoren. Daarnaast is de Mars Sample Return-missie, die buisjes met veelbelovende steen- en grondmonsters op zou gaan halen, in de VS wegbezuinigd.</p> <p>Enige hoop is gevestigd op de Europese Rosalind Franklin-rover. Die gaat volgens plan in 2030 op zoek naar biologische moleculen en sporen van leven. "Als het ooit is ontstaan, toen Mars nog veel meer op de aarde leek, met zeeën en rivieren en een dichte atmosfeer, heeft het zich op sommige plaatsen wellicht kunnen aanpassen toen de atmosfeer en dat water grotendeels verdwenen", denkt de planeetwetenschapper. "<em>Life finds a way. </em>Ook op aarde hebben sommige bacteriën zich aangepast aan de meest extreme omstandigheden."</p> <p>De Rosalind Franklin-rover heeft een boor die tot twee meter diep monsters kan nemen. Het is de vraag of dat diep genoeg is. "Misschien zit het honderd meter diep. Dan ga je het niet vinden."</p> <p>Als er inderdaad weer niets wordt gevonden, is er nog iets te leren van de Viking-missies: "Voorkom dat je te snel harde conclusies trekt, zoals toen gebeurde. Doordat we Mars steeds beter begrijpen, kunnen we dat hopelijk voorkomen."</p> This development from nos.nl highlights ongoing changes in the sector.
Precies een halve eeuw geleden, op 20 juli 1976, landde de eerste van twee zware Viking-landers op Mars. Op aarde vielen vluchtleiders elkaar onder luid gejuich in de armen. Extatisch zagen ze de eerste foto ooit van het Marsoppervlak langzaam op hun schermen verschijnen, beeldlijn voor beeldlijn. Een buitenaardse zandwoestijn vol stenen. Daarna gingen Viking 1, en wat later ook Viking 2, op zoek naar leven, en het gejuich viel stil. Ze vonden niets. Maar was dat wel zo? Inmiddels zetten planeetwetenschappers daar vraagtekens bij. "Sommige resultaten zijn mogelijk verkeerd geïnterpreteerd", zegt astrobioloog Inge Loes ten Kate van de Universiteit Utrecht nu. Ze wijdt zich al decennia aan het onderzoek naar de rode planeet en zag de inzichten gaandeweg veranderen. Ze pleit nu voor een nieuwe missie in het spoor van de Vikings, om de klus alsnog te klaren. De Viking-landers waren in 1976 gewapend met een compleet minilaboratorium aan boord. Ze konden Marsgrond opscheppen en analyseren. Er werden water, voedingsstoffen en warmte toegevoegd om te zien of er iets zou reageren. Dat gebeurde ook bij alle drie de experimenten die daadwerkelijk naar leven zochten. Maar, was het oordeel, dat was vals alarm. Die reacties konden ook een niet-biologische oorzaak hebben. De euforie was groot toen Viking 1 op 20 juli 1976 op Mars landde: Ze waren zo voorzichtig omdat een vierde experiment geen organische moleculen (koolwaterstoffen) vond, maar koolchloormoleculen. Als er leven was geweest, was de gedachte, zouden ze organische moleculen hebben gevonden. De koolchloordetectie werd uitgelegd als resten van het schoonmaakmiddel dat op aarde gebruikt was om de lander te ontsmetten. Onbedoeld verdronken Maar een ontdekking in 2009 maakte korte metten met de schoonmaakmiddeltheorie. De Phoenix-lander vond chloorhoudende mineralen op Mars. Die kunnen met organische moleculen reageren in het Vikinginstrument en zo dezelfde koolchloorverbindingen maken die in 1976 waren gevonden. Een experiment met een kopie van dat Viking-minilab bevestigde dat de oude landers mogelijk meer hadden ontdekt dan aanvankelijk gedacht. Sterker, misschien hebben de Vikings eventuele Marsmicroben wel onbedoeld gedood door allerlei voedingstoffen en water toe te voegen. "Als er bacteriën waren, zijn die misschien verdronken", oppert Ten Kate. "Ondanks dat er goed over nagedacht was, want men wist dat Mars ontzettend droog was, bevatten de toegevoegde stoffen misschien toch te veel water. Op aarde hebben we ook microben die hun water rechtstreeks uit de atmosfeer opnemen. Als je die onderdompelt, gaan ze ook dood." Latere Marsrovers vonden ook bewijs voor organische moleculen. Afgelopen september vond rover Perseverance gesteente met strepen, puntjes en vlekken in verschillende kleuren. Op aarde worden die vaak achtergelaten door microbiële stofwisseling. Om meer zekerheid te krijgen zou er eigenlijk een nieuwe Vikingmissie moeten komen, bepleit Ten Kate. "Er is nooit meer een soortgelijke missie geweest die echt op zoek gaat naar die microben. Niemand wil zich eraan branden, lijkt het. Bang om naar iets te zoeken dat er niet is. Maar er zijn steeds meer signalen dat het er wel is." 'Life finds a way' Wat zo'n missie ook in de weg zit, zijn internationale 'planetary protection'-afspraken die regelen dat juist op plaatsen waar leven het waarschijnlijkst is, paradoxaal genoeg niet gezocht mag worden om dat mogelijke leven niet te verstoren. Daarnaast is de Mars Sample Return-missie, die buisjes met veelbelovende steen- en grondmonsters op zou gaan halen, in de VS wegbezuinigd. Enige hoop is gevestigd op de Europese Rosalind Franklin-rover. Die gaat volgens plan in 2030 op zoek naar biologische moleculen en sporen van leven. "Als het ooit is ontstaan, toen Mars nog veel meer op de aarde leek, met zeeën en rivieren en een dichte atmosfeer, heeft het zich op sommige plaatsen wellicht kunnen aanpassen toen de atmosfeer en dat water grotendeels verdwenen", denkt de planeetwetenschapper. "Life finds a way. Ook op aarde hebben sommige bacteriën zich aangepast aan de meest extreme omstandigheden." De Rosalind Franklin-rover heeft een boor die tot twee meter diep monsters kan nemen. Het is de vraag of dat diep genoeg is. "Misschien zit het honderd meter diep. Dan ga je het niet vinden." Als er inderdaad weer niets wordt gevonden, is er nog iets te leren van de Viking-missies: "Voorkom dat je te snel harde conclusies trekt, zoals toen gebeurde. Doordat we Mars steeds beter begrijpen, kunnen we dat hopelijk voorkomen."
Curation & Context
This page summarizes a public news report from nos.nl. Global News Hub provides the "Why This Matters" takeaway using editorial insights and AI curation to give readers rapid, high-value context before they click through to read the full article.